Categories
- 20th-century Decorative Art
- Arms and Armour
- Books, Manuscripts and Maps
- Classical Antiquities, Coins and Medals
- Clocks, Barometers and instruments
- Furniture
- Jewellery, Snuff Boxes and Miniatures
- Medieval art
- Modern Art
- Oriental and Asian Art
- Paintings, Drawings and Prints
- Porcelain, Ceramics and Glass
- Photography
- Tribal and Pre-Columbian Art
- Sculptures
- Silver
- Textiles, Carpets and Tapestries
- Works of Art
- News
- Blogs
- Books
Quick Search
Thumbs up for ......
Esthetique Moderne - Zilvermuseum Sterckshof toont Belgisch zilverdesign van topniveau
Als kind al werd ik aangetrokken door kastelen. Ik was een ridder, die compleet met harnas en zwaard, de strijd aanbond met vijanden, en die de vriend was van boeren en buitenlui. Sterk en fier ! Het zou me echter nooit gaan lukken, dat wist ik toen al, omdat paardrijden nu eenmaal niet tot mijn competenties behoorde. Wel is de fascinatie voor kastelen altijd gebleven. Als ik onderweg ben kan ik een ruïne, een mooi gerestaureerde burcht of een door alle neo-stijlen opgepimpt kasteel niet links laten liggen. Nu ook weer, vandaag in Deurne bij Antwerpen. Maar het doel is nu meer dan alleen het kasteel. Ik wil alles weten van het Zilvermuseum Sterckshof en van de huidige tentoonstelling “Esthétique Moderne”. Ik kan alleen maar zeggen dat ik niet teleurgesteld ben.
Museum Sterckshof
Foto Hugo Maertens
©Zilvermuseum Sterckshof
Het gebouw imponeert, dat zeker. Op de plaats van het huidige museum was al vóór de dertiende eeuw een versterkte hoeve met een gracht. Die groeide uit tot een versterkt landgoed dat in 1524 werd gekocht door Gerard Sterck. Hij verbouwde het geheel tot een riant buitengoed dat later het Sterckshof werd genoemd. Er volgden veel wisselingen van eigenaar, maar al in de zeventiende eeuw werd het door Jacob Edelheer ingericht met kunstkabinetten en wetenschappelijke collecties. Daarna volgden jaren van verwaarlozing en verval. Pas in 1921 werd het complex aangekocht door de provincie Antwerpen. Toen stonden er alleen nog een voorbouw van één verdieping met toren, de ingangspoort en achteraan wat gammele gebouwen. Plannen werden gemaakt voor een tot de verbeelding sprekende reconstructie. Maar de bestemming bleef nog lang onduidelijk. Allerlei plannen werden ontwikkeld, van een gemeentehuis, via het onderbrengen van de technische dienst van de provincie tot aan een Vlaams Openluchtmuseum. De ‘Vereeniging Museum voor Vlaamsche Beschaving en Openluchtmuseum’ verzamelde zoveel materiaal in de vorm van archeologische, natuurhistorische, volkskundige en kunstambachtelijke collecties, dat dit meer werd dan ooit tentoongesteld zou kunnen worden. Toen in 1945 de tegenover gelegen Sterckshoeve door oorlogsgeweld sneuvelde, werd het museumconcept bijgesteld. Het ‘Museum voor de Vlaamsche Beschaving’ werd in 1951 kortweg omgedoopt tot het Museum Sterckshof. Sinds 1953 wordt het beheerd door de provincie Antwerpen, eerst onder de naam Provinciaal Museum voor Kunstambachten Sterckshof, later als Provinciaal Museum Sterckshof-Zilvercentrum. In 1994 ging het als zilvermuseum open voor het publiek .In 2002 werd het omgedoopt tot Zilvermuseum Sterckshof. De basis was de collectie Lunden, een indrukwekkend legaat dat in 1975 aan het museum werd overgedragen. Tijd om naar binnen te gaan.
De ontvangst door Wim Nys, wetenschappelijk medewerker en Ann de Block, pr-verantwoordelijke, is Vlaams hartelijk. Ze nemen de tijd om inhoudelijk een overzicht te geven deze thema-tentoonstelling. Ik heb al ontdekt dat de tentoonstellingsruimte waarin ons eerste gesprek plaatsvindt, mooi is door de eenvoud van de zaal. Wim Nys: “In deze tentoonstelling is een overzicht te zien van wat het museum de afgelopen twintig jaar heeft verzameld op het gebied van Belgisch zilverwerk uit de art nouveau en art deco periode. Er wordt een chronologisch verhaal opgebouwd over wat de samenhang is, en wat de verschillen zijn tussen die stijlen. Het schept soms wat verwarring omdat die termen niet altijd zo worden gebruikt en omdat vaak ook andere namen gebruikt worden, zoals ‘jugendstil’ en ‘modernen’. Met die begrippen hebben we in de titel een beetje gespeeld. Behalve de tentoongestelde objecten wordt ook de context aan het publiek getoond. Zo wordt de sfeer uit die jaren meegegeven door affiches en powerpoint-presentaties. Zo zie je ook een samensmelting van de artistieke elementen met de commerciële elementen binnen de zilversmeedkunst. De benedenzaal toont aan de ene kant art nouveau en aan de andere kant art deco. Een overzicht geven van het zilverwerk is niet het enige, maar ook het tonen van bijvoorbeeld ontwerpmateriaal, tekeningen, matrijzen en mallen hoort erbij. Veel materiaal hiervan is bij ons aanwezig en een nauwgezette selectie is gemaakt om het complementair te kunnen presenteren met het zilverwerk. In die zin verschilt de collectie van andere musea, omdat bijvoorbeeld ook nog productie en distributie aan bod komen in onze presentatie. Dit heeft dan niet alleen te maken met de behouds- en beheersfunctie van het museum, maar ook met de ontsluiting van de grote collectie. Behalve museum zijn we ook een compleet studiecentrum. Bovendien is er een sterk educatief aspect.”
Na alle informatie wordt het tijd om zelf op onderzoek uit te gaan. Eerst naar Esthetique Moderne. Ik loop door een klein gangetje en ik ben er, hier kom ik voor.
Ik sta in de benedenzaal en word zeker niet overdonderd door blinkende voorwerpen en masse, maar ik ben in een ruimte met overzichtelijke vitrines, smaakvol gepresenteerd zilverwerk met daarbij goede en duidelijke info. Meer moet dat niet zijn. Met de uitgebreide catalogus in de hand (aan te bevelen !) gaat alles nog meer leven. Alles is zo gedoseerd dat je ruim de tijd kunt nemen om de objecten te bekijken en dat allemaal om te kunnen zetten in verwondering en bewondering. Je moet het zilverwerk bij je binnen laten komen. Zilver is niet elitair. Dit materiaal leeft voor elke kijker die er voor open staat. Of het nu verbazing is over het technische vakmanschap of waardering voor de ontwerper, dat doet er dan niet meer toe. Vanaf de eerste theepot van Louis Wolfers is het duidelijk wat men hier met deze tentoonstelling beoogt: stukken die gemakkelijk in een grote massa niet die aandacht krijgen die ze nodig hebben, hier juist als topstukken presenteren. Door de strakke en vrij eenvoudige enscenering in ’de schuur’, zoals ze hier deze ruimte noemen, winnen ze aan exclusiviteit. Alle objecten stralen hier , juist zoals de makers het ooit bedoeld moeten hebben. Het is net of een mooi fotomodel die een schitterende creatie draagt, wordt geportretteerd in de woestijn. Zonder overdadige opsmuk is hier een mooi overzicht gegeven van wat art deco en art nouveau op het gebied van Belgisch zilverwerk hebben opgeleverd. Er zijn leuke dwarsverbanden gemaakt door ontwerpen en tekeningen van bijvoorbeeld een beschuitdoos en een sauskom tentoon te stellen en de affiches aan de wanden geven een sfeervol tijdsbeeld. Een videopresentatie maakt dit nog levendiger. Duidelijke infopanelen geven de bezoeker de nodige informatie. Als je de tijd neemt om die te lezen, leven de objecten nog meer. Het is niet alleen het esthetische aspect wat erg aanspreekt, het is de vorm waarin alles op een dusdanige manier wordt gepresenteerd waardoor het sterk educatief is geworden. Door de topstukken uit de collectie op deze manier bij elkaar te brengen, is een leerzaam levendig kunstboek ontstaan. Door de soberheid hier bloeit het zilver extra op. Het doet er niet toe of je een sauskom van Henry van de Velde uit 1902 ziet of een schitterende waterketel op komfoor van Wolfers Frères. Ook van Wolfers een koffie- en theeservies met houten greepjes, strak onversierd naakt zilver, schoonheid door eenvoud.

Theepot Le Maraudeur
Louis Wolfers Père et Fils voor Goldschmidt ca. 1890-1897
Foto Hugo Maertens, ©Zilvermuseum Sterckshof

Waterketel op komfoor met spiritusvuur Prince Albert
Wolfers Frères ca. 1903-1904
Foto Hugo Maertens, ©Zilvermuseum Sterckshof
Koffie- en theeservies
Sylvain Wolf-Zondervan ca. 1937
Foto Hugo Maertens, ©Zilvermuseum Sterckshof
De tentoonstelling toont werk van grote maar ook van kleinere kunstenaars en ontwerpers. De bekende namen zoals Wolfers en Delheid staan broederlijk naast namen als Raymond Ruys en Albert Charlent. De Belgische productie, de voortschrijdende industriële ontwikkeling, de politieke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de oprichting van Kongo-Vrijstaat, een beurscrash en twee Wereldoorlogen hebben allemaal een impact gehad op de ontwikkelingen in de edelsmeedkunst. Tel daarbij op de samenwerkingsverbanden tussen edelsmeden en kunstenaars uit de andere disciplines, zoals de beeldhouwkunst, de architectuur en de glaskunst en je krijgt een compleet beeld van de belangrijkheid van de edelsmeedkunst in België. Die belangrijkheid houdt niet op bij de productie, maar loopt ook door in bijvoorbeeld de inrichting van huizen en winkels. In de hele periode van 1885 tot 1945 zijn decor en design esthetisch , vernieuwend, modern of zelfs revolutionair te noemen. Hier zie je de duidelijke lijn in de ontwikkeling van de zilversmeedkunst , de foto’s bij dit artikel illustreren dat enigszins. Alle stijlvarianten die binnen de stroming aan bod kwamen, zijn hier vertegenwoordigd, dat schept een uniek beeld waarvan je eigenlijk alleen maar kunt hopen dat deze tijdelijke tentoonstelling een blijvende zal mogen worden, een eerbetoon aan een nieuwe tijd, een wereld van reizen, snelheid en luxe, maar ook een wereld van durven en doen binnen een woelige wereld.
De bovenverdieping is een logisch vervolg. Opnieuw veel aandacht voor objecten, waaronder ook gebruiksvoorwerpen en religieuze voorwerpen, maar vooral gericht op zaken als productie en verkoop. Met handelscatalogi , schetsboeken en modellen is dit een welkome aanvulling, die duidelijkheid geeft over promotie, klandizie en leefstijl in die periode.
“Esthétique Moderne’ is maar een enkel aspect van de rijke collectie. Die ga je zien als je de vaste verzameling gaat bekijken. Het museumbezit is verdeeld over een aantal authentieke kamers in het kasteel. Met geen ander geluid dan dat van de krakende houten vloeren en het carillon dat met enige regelmaat zijn klanken laat horen, is ook dat een unieke ervaring. Wel was het enigszins zoeken om de looproute te vinden, maar dat kwam omdat deze onderbroken was voor de inrichting van een tijdelijke expo. Het uitzicht op de mooie binnentuin maakt veel goed, evenals de mooie collectie. Of het nu gaat om kandelaars, gebruikszilver, gelegenheidszilver, of serviezen, het heeft allemaal een grandeur die overtuigt. In een slaapkamer is er aandacht voor ‘opsmuk’, een pronkkamer toont ook het kerkelijk zilver, en het legaat Lunden neemt met 96 stuks zilverwerk een behoorlijke ruimte in. Het is onmogelijk om alles op te sommen, dit moet je zien.
Op de website van het museum is sprake van de ‘Zilverkamer van Vlaanderen’, geen fysieke ruimte maar een aanduiding voor de topstukken die op diverse plaatsen in het museum worden tentoongesteld. Het is aan de bezoeker om de plaats van bijvoorbeeld de Driekraantjeskan van Jan Baptiste Cassé uit 1722 te ontdekken, of de Empire koelemmers van Joseph Germain Dutalis uit de periode tussen 1815 en 1832. En niet te vergeten de oudste Antwerpse uilenbeker, een kunstwerk in kokosnoot en zilver van de Antwerpse meester met pelikaan, daterend uit 1548-1549.

Uilenbeker, 1548-1549
Foto Hugo Maertens, ©Zilvermuseum Sterckshof
Het gildenzilver met gildebreuken van het Sint Sebastiaansgilde van Herenthout uit 1740 en het Sint Sebastiaansgilde van Mechelen uit 1641 van de meester met de bijenkorf zijn de moeite van het bekijken waard.
De ontwikkeling van de plaats van de zilversmid is een cirkel. Aanvankelijk was er de ambachtsman, die, weer later, ook ging werken in grotere ateliers. Door de mechanisatie werden dit industrieën. Door de grote concurrentie verdwenen die weer en vanaf de jaren vijftig komen de kleinere ateliers weer terug en is er aandacht voor individuele kunstenaar.
Dit museum toont die ontwikkelingen. Je ziet er de topstukken , maar kunt ook op ontdekkingstocht om minder bekende zaken te vinden. Het sfeervolle gebouw is een ideale ruimte om zilver ten toon te stellen. Dat dit met stijl en smaak is gebeurd, is positief. Aandachtspunt blijft wel een beetje de bewegwijzering in het gebouw, zo zijn er deuren zonder aanduiding die toch geopend moeten worden. De informatievoorziening bij de objecten is verder goed te noemen. Ik heb er nu een fascinatie voor zilver bijgekregen. Wat mij betreft mag ‘Esthétique Moderne” een blijvertje worden. Een collectie als deze verdient deze plek, de kasteelheren van vroeger denk ik er nu maar bij. Eigenlijk is Sterckshof voor mij een zilvermuseum dat een gouden medaille moet kunnen krijgen.
Zilvermuseum Sterckshof
Hooftvunderlei 160
2100 Antwerpen
België
www.zilvermuseum.be
De tentoonstelling Esthétique Moderne loopt van 18-10-2011 tot 9-4-2012
- 24-11-2011
Was it of interest? Why not share it with others!

